Onderwijsvisie

In ons onderwijs staat een evenwichtige ontwikkeling van denken, voelen en willen centraal. Anders gezegd: van kennis, emotie en vaardigheden. Deze drie aspecten komen in de pedagogie evenwichtig aan bod en de leerkrachten geven hier in concrete situaties vorm aan. Spel, beweging, creatieve activiteiten en vertelstof zijn enkele van de middelen die de leerkracht hiervoor inzet.

Ritme

Ritme komt terug in het leren door de stof op te nemen en te verwerken. Ritme komt ook terug in de activiteiten. De schooldag zelf kent een ritmisch verloop met vaste momenten en activiteiten voor het begin van de dag, de verschillende leer- en bewegingsvakken en de afsluiting van de dag. Maar ook aan het ritme van het jaar wordt aandacht besteed. Op een jaartafel in de klas zijn seizoensgebonden elementen neergelegd. Gedurende het jaar vieren de kinderen, ouders en leerkrachten de jaarfeesten zoals het Michaëlsfeest (herfst), Sint Maarten, Advent, Sint Nicolaas, Kerst, Driekoningen, Maria Lichtmis, Pasen, Pinksteren, en het Sint Jansfeest (midzomerfeest).

Levensbeschouwing

De school is een algemeen bijzondere school. De Ridderslag staat open voor alle kinderen in de basisschoolleeftijd, ongeacht religieuze richting of levensbeschouwing, mits de ouders mits de ouders de pedagogisch-didactische uitgangspunten van De Ridderslag onderschrijven (verwoord in de schoolgids), en voor zover de ondersteuningsbehoefte van de leerling past binnen het ondersteuningsprofiel van de school. Dit profiel is opgenomen op de website van de school. 

Onze school is aangesloten bij de Vereniging van vrijescholen (VVS).

Leerstof is ontwikkelingsstof

De school begeleidt kinderen in hun groei naar volwassenheid. Deze groei kent drie hoofdfasen: de fase van 0 tot 7 jaar, de fase van 7 tot 14 jaar en de fase van 14 tot 21 jaar. Deze fasen brengen eigen ontwikkelingstaken mee voor het kind, en onze leerstof is hierop afgestemd.

In de eerste periode van 0 tot 7 jaar staan de lichamelijke ontwikkeling, de groei en de motoriek van het kind centraal. Door veel te spelen en te bewegen, door een regelmatige dagindeling en een veilige en aansprekende omgeving, wordt het kind ‘baas in eigen lichaam’.

In de leeftijd van 7 tot 14 jaar is er in vrijwel ieder kind de aanleg om origineel, creatief en probleemoplossend te denken. Het is aan de ouders en de leerkrachten om dat vermogen te versterken en te verzorgen. Daarna, tot in de pubertijd, komen de psychische kwaliteiten meer op de voorgrond. Het kind beleeft zichzelf en de omgeving dan in hoge mate in zijn gevoelens. Daarom tracht de leerkracht met het onderwijs allereerst bij het gevoelsleven van het kind aan te sluiten. Dat gebeurt als het kind voor iets ‘warm’ kan lopen, en er enthousiast door wordt.