Loading images...

Kleuterklas

Waarom een kleuterklas?
Inrichting van de kleuterklassen
Nabootsing en regelmaat bij kleuters
Spel en beweging
Hoe ziet een dag in de kleuterklas eruit?
Overstap naar de eerste klas


Waarom een kleuterklas?
Omdat we trachten het onderwijs te laten aansluiten op de ontwikkelingsbehoeften en karaktergesteldheid van het kind, vinden we het pedagogisch onderscheid tussen kleuterklas en onderbouw belangrijk. Dat brengen we met de term kleuterklas en klas 1 t/m klas 6 tot uitdrukking. De kleuter leert ontzettend veel, maar hij mag dat op kleuterwijze doen en hij wordt niet expliciet als ‘leerling’ benaderd. De Ridderslag heeft drie kleuterklassen. De kleuterklas is van 08.30u tot 13.00u; ’s middags zijn de kleuters vrij. In de klassen zitten kleuters van 4 tot en met 6 jaar bij elkaar. Zij blijven gedurende hun kleutertijd bij dezelfde leerkracht. De spelvoorwaarden zijn voor een 4-jarige echter anders dan voor een 5- of 6-jarige.
De activiteiten in de kleuterklas zijn daarom zo opgebouwd dat de kinderen zich op hun eigen niveau kunnen ontwikkelen. De oudste kleuters richten zich daarbij steeds meer op de overgang naar de eerste klas door middel van het doen van kleine opdrachten.


Inrichting van de kleuterklassen
De kleuterklassen zijn huiselijk en met aandacht ingericht. Al het materiaal is mooi gevormd: lappenpoppen en kabouters, keukengerei, wol, verkleedkleren en allerlei ander speelgoed waarmee de wereld van de volwassenen kan worden nagebootst en verkend. Het speelgoed is niet ‘af’; het is bruikbaar voor meerdere doeleinden. Dat stimuleert de fantasie. Een kist kan een boot zijn, een winkel of…


Nabootsing en regelmaat bij kleuters
In de omgeving van de kleuter zijn de materialen, de kleuren en geluiden van belang, maar eerst en vooral het gedrag en de morele kwaliteiten van de volwassenen. Als de omgeving ‘goed’ is, zal het identificatieproces volop tot ontwikkeling komen. De drang tot nabootsing, die elke kleuter eigen is, zal dan positief op het kind uitwerken. De kleuterpedagogie gaat op onze school sterk van de nabootsing uit. De kleuter leert immers door zijn natuurlijke drang tot nabootsing. De leerkracht zal niet nadrukkelijk iets voordoen; wat hij of zij als vanzelfsprekend doet, bootsen de kinderen in hun spel na. Ook herhaling, ritme en regelmaat bieden de kleuter houvast en wekken vertrouwen. Sprookjes en vingerspelletjes zijn bijvoorbeeld terugkerende elementen. De kleuter geniet als hij al weet wat er komen gaat. De dag en de week kennen in de kleuterklas een vast ritme, evenals het jaar met zijn seizoenen en jaarfeesten. Juist door het vele spelen, de liedjes en de verhalen, het ritme en de regelmaat wordt een basis gelegd waarop het kind straks, als het schoolrijp is, tot een actief lerend schoolkind kan uitgroeien.


Spel en beweging
De kleuterklas komt ruimschoots tegemoet aan de behoefte van de kleuter om te spelen en te bewegen. Spelen is immers noodzakelijk voor een gezonde lichamelijke en motorische ontwikkeling. Daarnaast nodigt spel het kind uit tot het ontwikkelen van fantasie. Fantasie is de basis voor creatief en probleemoplossend denken op latere leeftijd. In het vrije spel doen de kleuters sociale vaardigheden op die ze in latere leeftijdsfasen weer nodig hebben. Iedere dag spelen de kleuters buiten. Zo kunnen ze de seizoenen aan den lijve ondervinden. Een regenachtige dag leidt niet tot binnenzitten, maar tot het aantrekken van de regenlaarzen en -broeken en heerlijk kliederen met zand en water op het kleuterplein.
De kleuters hebben een eigen speelplaats met zandbak, waar ze naar hartenlust bezig kunnen zijn. De school beschikt over speelmateriaal zoals emmers, schepjes, bezems, kruiwagens en kleuterfietsen.


Hoe ziet een dag in de kleuterklas eruit?
Elke ochtend begint met het vrije spel. De kleuters kiezen hun eigen spel of speelgoed. Sommigen verkleden zich met kleurige lappen, anderen bouwen hutten van kisten, koken, timmeren of spelen met de poppen. Gedurende het vrije spel is de leerkracht ook actief bezig met bijvoorbeeld brood bakken, fruit schillen of schoonmaken. De kinderen bootsen elementen daarvan na in hun spel. Ook willen ze ‘juffie’ graag helpen en zo ook ‘echt werken’. Door de kleuters in hun spel te observeren, krijgt de leerkracht een goed beeld van hun aard en ontwikkeling. In het vrije spel doen de kleuters ervaringen op die een voorwaarde zijn voor de cognitieve, sociaal-emotionele en motorische ontwikkeling van het jonge kind. Na het vrije spel ruimen de kinderen het speelgoed op en gaan in de kring zitten voor het ambachtsspel. Dit spel sluit aan op de seizoenen en de feesten van het jaar en is opgebouwd uit muziek, zang en/of beweging. Bijvoorbeeld bewegingen die horen bij het zaaien, oogsten, hakken, zagen en spinnen. De kinderen nemen de bewegingen die de eerkracht voordoet, spontaan over. Op een natuurlijke wijze worden stemmingen, ritmische versjes en vertellingen uitgedrukt en ervaren in beweging en gebaren. Bijvoorbeeld de verwachtingsvolle stilte in het sprookjesbos met zijn reusachtige bomen.
Een rustpunt in de ochtend is de gezamenlijke maaltijd. Dan wordt het meegenomen fruit en drinken en het in de klas gebakken brood genuttigd. Na het eten spelen de kinderen buiten op het kleuterplein. Daarna is het tijd voor schilderen met waterverf, boetseren met bijenwas, tekenen of knutselen.

Iedere dag kent zijn eigen activiteit. Als alle teken- of boetseerspullen opgeruimd zijn, is het tijd voor het verhaal, meestal een (vaak te herhalen) sprookje. De kleuters kijken uit naar dit moment. Ook in pedagogisch opzicht is het verhaal als afsluiting van de ochtend belangrijk. Het verhaal wordt niet voorgelezen, maar verteld door de leerkracht. Daarnaast bevat de vertelling woorden, begrippen en zinswendingen die de kleuter zelf nog niet zal gebruiken. Het persoonlijk contact en de eigen verhaaltrant van de leerkracht bevorderen de taalontwikkeling van de kleuter. Door het verhaal enkele weken terug te laten komen, kan het kind delen of elementen uit zichzelf terugvertellen, bijvoorbeeld in het spel thuis. De leerkracht legt moeilijke woorden en zinswendingen nooit uit. De kleuter pakt deze op in hun context en verwerkt ze later in zijn spel. Het wekt soms verbazing te horen hoe een kleuter een zin als ‘hoewel de ijdele prins…’, volkomen juist kan gebruiken.


Overstap naar de eerste klas
Als de kleuter overstapt naar de eerste klas, is het kind schoolrijp. Schoolrijpheid hangt niet alleen af van de kalenderleeftijd van het kind. Ook andere factoren spelen een rol, zoals de rijpheid op het gebied van de sociaal-emotionele, de motorische en denkontwikkeling. Denkt u hierbij bijvoorbeeld aan de evenwichtszin, het doelgericht spelen, taakbesef, concentratie, het abstracte begripsvermogen en het wisselen van de melktanden en/of het doorkomen van de achterste kiezen. Soms is er geen twijfel dat een kind schoolrijp is, soms wel. Om dit goed te kunnen beoordelen, is er nauw overleg tussen de leerkrachten, de Intern Begeleider van de school en de ouders. Ieder jaar is er op school ook een aparte ouderavond over het thema ‘Schoolrijpheid’.