Loading images...

Klas 1 t/m 6

Ik en de wereld:
Klas 1 t/m 6


Schooltijden
Leerstof als ontwikkelingsstof
Vaste leerkracht
Vaklessen
Periodeonderwijs
Differentiatie in het onderwijs
Jaarfeesten
Getuigschriften en oudergesprekken
Klassenpresentaties
Schoolverlatertoets

Schooltijden klas 1 t/m 6
De ochtendlessen voor klas 1 tot en met 6 beginnen om 8.30 uur en duren tot 13.00 uur.
De middaglessen beginnen om 13.45 uur en duren tot 14.45 uur.
Er is een doorlopend rooster, zodat de kinderen tussentijds niet naar huis gaan. De school verzorgt het overblijven.

Middaglessen zijn er voor de volgende klassen:
Klas 1 – dinsdag;
Klas 2 – dinsdag en donderdag;
Klas 3 – maandag, dinsdag en donderdag;
Klas 4, 5 en 6 – maandag, dinsdag, donderdag en vrijdag.


Leerstof als ontwikkelingsstof
De eersteklassers zijn echt leerling geworden. De leerkracht vertelt hun en laat hen beleven wat de wereld te bieden heeft. In de onderbouw (klas 1 t/m 6) is lesstof ontwikkelingsstof voor het gehele kind, zowel op cognitief als motorisch en sociaal-emotioneel gebied.


Vaste leerkracht
De leerlingen leren van en met elkaar in een vaste groep. Door de jaren heen leren zij samen te werken met anderen. Dit ‘samenwerken’ en ‘samenleven’ is een speerpunt in de didactiek van onze school. De leerlingen houden in principe de gehele schooltijd, van klas 1 t/m 6, dezelfde leerkracht. Het meegaan van de leerkracht biedt hem of haar de mogelijkheid om met de klas ‘mee te groeien’. De leerkracht die jaren intensief met de leerlingen werkt, kan de ontwikkeling van de kinderen nauwlettend volgen en daardoor kleine of grotere veranderingen bij het kind opmerken. Uw kind ontmoet echter niet alleen de eigen leerkracht, maar ook vakleerkrachten, waaronder klassenleerkrachten van andere klassen.


Vaklessen
Naast het onderwijs van de klassenleerkracht, krijgt uw kind al vanaf de eerste klas lessen van vakleerkrachten. Deze lessen komen iedere week op dezelfde dag en tijd terug en vormen een vast onderdeel van de dag. Tot de vaklessen op onze school behoren o.a. moderne vreemde talen, schilderen, muziek, handwerken, handvaardigheid, gymnastiek en vormtekenen. Uw kind maakt op deze manier kennis met alle klassenleerkrachten en vakleerkrachten die aan de school verbonden zijn. Uw kind wordt zo ook gekend en herkend door alle leerkrachten.


Periodeonderwijs
De klassenleerkracht onderwijst onder andere de vakken taal, rekenen, aardrijkskunde, plantkunde, geschiedenis en natuurkunde. De leerkracht integreert de leerstof ook op andere wijze in vertelstof, beweging, gedichten of toneel. Deze vakken worden in een aantal periodes van drie à vier weken dagelijks gegeven. Op deze manier kan de opbouw goed en samenhangend tot stand komen en kunnen de leerlingen er geconcentreerd aan werken omdat ze hun aandacht niet hoeven te verdelen over (te) veel vakken. De stof die uw kind in het periodeonderwijs krijgt aangereikt, beschrijft, tekent en verwerkt hij of zij zelf in een ‘periodeschrift’, dat na verloop van tijd eigenlijk een zelfgemaakt leerboek is geworden. In de lagere klassen geeft de leerkracht de teksten nog grotendeels aan. De illustraties maken de kinderen meestal zelf, ondersteund door schetsen of motieven op het bord. Elke periode komt twee tot vijf keer per jaar terug. De leerlingen krijgen zo de kans om de leerstof op te nemen en diepgaand te verwerken. Wordt de draad dan later weer opgepakt, dan blijkt er heel wat te zijn gebeurd; de stof is niet vergeten maar bezonken en ‘eigen’ gemaakt.


Differentiatie in het onderwijs
In ons onderwijs komt het vrijwel niet voor dat een leerling een klas overdoet. We werken aan de hand van een leerplan voor de lesstof per klassenjaar. Ieder kind maakt een vergelijkbare ontwikkeling door. Toch ontstaan er binnen een klas verschillende niveaus. De leerkracht komt hieraan binnen de klas tegemoet met een veelzijdige pedagogische benadering en variatie in werkvormen. Het niveau van een leerling is zelden eenduidig: het kan motorisch, sociaal en emotioneel zeer ‘bij de tijd’ zijn, terwijl het bijvoorbeeld op kennisniveau achter blijft. En ook het omgekeerde komt regelmatig voor. Door het kind aan te spreken naar hoofd, hart en handen, wil onze school het evenwicht tussen al deze factoren benadrukken. Een evenwicht dat er in elke leeftijdsfase anders uit zal zien.
Voor leerlingen die meer, of juist wat minder aankunnen dan hun klasgenootjes, is er de ID-stroom: aanvullend onderwijs in projectvorm, buiten de klas maar binnen de reguliere lestijden. Deze leerlingen krijgen in een kleine groep lesstof op maat aangereikt. Het lesprogramma is zorgvuldig opgebouwd, doorgelicht en geëvalueerd zodat er een goede balans ontstaat.


Jaarfeesten
De jaarfeesten zoals het Sint Michaëlsfeest, Sint Maarten, Kerstmis, Pasen, Pinksteren en het Sint Jansfeest, zijn vaste momenten in het schooljaar. Zowel de leerkrachten en leerlingen als ouders nemen deel in de organisatie en de viering van deze feesten. Iedere klas viert het feest in overeenstemming met de leeftijdsfase van de betreffende klas. De feesten staan niet op zichzelf maar zijn onderdeel van de lesstof door middel van verhalen, muziek, toneel en handvaardigheid. Het feest van Sint Maarten, bijvoorbeeld, vieren de klassen 1 t/m 3 met het uithollen en versieren van een knol en een optocht naar het park waar het verhaal van Sint Maarten wordt uitgebeeld en Sint Maarten ook in levenden lijve verschijnt. Klas 4 helpt de lagere klassen bij het versieren van hun knolletjes en beleeft ’s avonds, samen met klas 5, een eigen avontuur waarvoor moed en samenwerking nodig zijn. Klas 6 tovert het klaslokaal om in een heus restaurant, waar het heerlijk vertoeven is.

Het pinksterfeest is sinds enkele jaren verbonden aan het kennismaken met andere culturen. In de ochtend vinden er voor klas 1 t/m 6 bijvoorbeeld workshops plaats op het gebied van bijvoorbeeld dans, toneel, muziek en eten uit andere culturen. Later op de dag dansen leerlingen van klas 4  rond de meiboom op het schoolplein, en laten de leerlingen ballonnen opstijgen met vredesboodschappen. Het is het niet mogelijk om alle feesten uitgebreid te beschrijven, maar de leerkrachten informeren u graag.


Getuigschriften en oudergesprekken
Aan het einde van ieder schooljaar ontvangt u een getuigschrift waarin de ontwikkeling en de vorderingen van uw kind staan beschreven. Ieder jaar vinden er oudergesprekken plaats over uw kind en zijn of haar leervorderingen. Op ouderavonden is er gelegenheid het werk van uw kind in te zien. De vorderingen door het jaar heen worden bijgehouden in het leerlingvolgsysteem. Als ouder of verzorger kunt u altijd een gesprek met de leerkracht aanvragen. Vanaf de eerste klas vinden twee maal per jaar landelijk genormeerde toetsen plaats in de vakken taal en rekenen.


Klassenpresentaties
Driemaal per jaar vinden er op het podium in de grote zaal klassenpresentaties plaats van klas 1 t/m 6. Deze presentaties zijn de meest levendige vorm van rapportage. De leerlingen tonen ouders en/of verzorgers, familieleden en geïnteresseerden met welke leerstof zij de afgelopen maanden bezig zijn geweest. De leerlingen tonen dat in een (zelfgeschreven) toneelstuk in een moderne vreemde taal, mechanicaproeven, een lied… Door het jaar heen kan de klassenleerkracht de ouders en/of verzorgers uitnodigen voor een kleine toneelvoorstelling van de eigen klas.


Schoolverlatertoets
In de zesde klas wordt een schoolverlatertoets afgenomen. Onze school maakt gebruik van de NIO-toets. NIO staat voor de Nederlandse Intelligentietoets voor Onderwijsniveau. Deze toets meet de vermogens en schoolvaardigheden van de leerling. Gesteund door de resultaten van de NIO-toets wordt door de klassenleerkracht een getuigschrift en een onderwijskundig rapport opgesteld. Het eindadvies voor het vervolgonderwijs maakt hiervan deel uit.